Briefing: Europese markt voor betaalkaarten

Zonder het te weten betalen consumenten door een slecht functionerende Europese betaalmarkt te veel voor de goederen die ze kopen. Verkopers betalen zo'n 10 miljard per jaar voor het accepteren van betaalkaarten (debit en credit cards). Die kosten zijn absurd hoog doordat er geen werkende concurrentie is: VISA en MasterCard hebben een duopolie en banken verdienen grof geld aan het gebrek aan concurrentie, dit ten koste van winkeliers die uiteindelijk hogere prijzen doorbereken aan consumenten.

Op dit moment bespreekt het Europees Parlement wetgeving die hier een einde aan kan maken door voor eerlijke concurrentie te zorgen op de betaalmarkt. Er is vanuit de bankensector en de betaalkaartsector veel weerstand tegen de weteving. GroenLinks wil dat de wetgeving zo snel mogelijk wordt aangenomen zodat consumenten niet langer onterecht de winsten van banken en van VISA en MasterCard spekken.

In deze persbriefing beantwoorden we enkele veelgestelde vragen over de Europese markt voor betaalkaarten.

Wat zijn interchange fees?

Interchange fees zijn de kosten die de bank van een verkoper betaalt aan de bank van een consument voor een betalingstransactie. (Dit is de meest gangbare en simpele situatie. Er zijn ook andere complexere interchange structuren.) Deze kosten worden door de bank van de verkoper doorberekend aan de verkoper. De verkoper kan deze fee vervolgens weer doorberekenen aan consumenten door hogere prijzen van goederen of een toeslag bij het pinnen. De hoogte van interchange fees worden doorgaans bepaald door aanbieders van betaaldiensten zoals VISA en MasterCard.

Wat is er problematisch aan?

In een goed functionerende vrije markt zorgt concurrentie ervoor dat verkopers en consumenten kunnen kiezen voor het betaalmiddel dat het beste en het goedkoopste voor hen is. Dat is op de Europese betaalmarkt momenteel niet het geval.

  • Banken die betaalkaarten uitgeven hebben belang bij een hoge fee, want dat levert hen meer op.
  • Betaaldiensten zoals MasterCard en VISA hebben belang bij een hoge fee want daardoor zullen banken eerder geneigd zijn contracten met hen af te sluiten om hun kaarten aan consumenten uit te geven.
  • Verkopers kunnen betaalkaarten, vooral de bekende merken (VISA en MasterCard), moeilijk weigeren ongeacht de hoogte van fees.
  • Consumenten merken niet dat prijzen van goederen hoger zijn doordat de verkopers hoge fees betalen. De fees zijn geen reden om naar een ander kaartmerk over te stappen.

Deze situatie leidt ertoe dat er een opwaartse druk is op het niveau van interchange fees. De verkopers en uiteindelijk de consumenten betalen de prijs. Volgens cijfers van de Europese Commissie betalen verkopers/consumenten ieder jaar meer dan 10 miljard aan fees. In Nederland alleen gaat het om 140 miljoen euro.

Wat doet de EU hieraan?

De EU stelt wetgeving voor om te zorgen voor meer concurrentie op de betaalmarkt, binnen lidstaten, maar vooral ook over de Europese binnengrenzen heen. De Commissie doet dit door:

  • Een limiet te stellen aan interchange fees op 0,2% (pin-transacties) en 0,3% (creditcard-transacties) van het aankoopbedrag. Daarmee komt er een einde aan de exorbitante winsten die banken en kaartaanbieders maken over de rug van consumenten.
  • Scheiding van kaartaanbieders en infrastructuur: daardoor kan bijv. MasterCard niet langer opleggen aan concurrerende bedrijven weren door technische beperkingen aan te brengen op het betaalsysteem.
  • Kaartaanbieders mogen niet weigeren dat een concurrerend bedrijf op een en dezelfde kaart komt (bijv. een kaart met zowel mastercard-logo, pin-logo én paypal-logo)
  • Kaartaanbieders moeten transparant worden over de kosten die ze berekenen aan verkopers voor het accepteren van een specifiek merk en type betaalkaart.
  • Verkopers mogen niet langer gedwongen worden om alle kaarttypen van een merk te accepteren. Een verkoper mag een gewone VISA kaart accepteren maar een bijzondere VISA gold card o.i.d. weigeren omdat die zeer hoge fees vragen per betaling.

 

Wat vindt GroenLinks?

GroenLinks vindt het hoog tijd dat er wetgeving komt die een einde maakt aan oneerlijke concurrentie die ten koste gaat van verkopers en consumenten. De interne markt moet door eerlijke concurrentie leiden tot lagere prijzen voor consumenten, niet tot hogere winsten voor banken ten koste van consumenten.

GroenLinks wil dat er een Europese betaalmarkt komt die verkopers in staat stelt vrij te kiezen voor het beste of goedkoopste betaalproduct. In een eerlijke Europese betaalmarkt is er geen plaats voor hoge interchange fees. Het duopolie van MasterCard en VISA moet doorbroken worden zodat nieuwe, innovatieve betaaldiensten ontstaan die gunstiger zijn voor verkopers en consumenten.

De kostenbesparing die verkopers met deze wetgeving krijgen moeten zich vertalen in lagere prijzen voor consumenten. Ook moet er een einde komen aan extra toeslagen die consumenten soms krijgen voorgeschoteld als ze willen betalen met een creditcard (bijvoorbeeld bij het boeken van een treinreis).

Wat vinden andere partijen?

De verantwoordelijke politicus die deze wetgeving door het Europees Parlement moet loodsen is een Spanjaard van de Europese christendemocratische fractie (Pablo Zalba Bidegain). Hij stelt voor om het Commissie-voorstel af te zwakken:

  • Hij stelt voor de wettelijke limiet aan interchange fee te vertroebelen
  • Hij stelt voor de mogelijkheden te beperken om betaaldiensten grensoverschrijdend aan te bieden
  • Hij wil geen einde maken aan de verplichting van winkeliers om alle kaarttypen van één merk te accepteren.
  • Hij probeert de maximumtarieven pas later in te voeren.

De woordvoerder namens het Europarlement houdt daarmee de oneerlijke en slecht functionerende betaalmarkt in stand.

PVV (Zijlstra) wil dat de Commissie haar voorstel intrekt.
CDA (Wortmann) wil winkeliers blijven verplichten om alle kaarttypen van één merk te accepteren. Europese christendemocraten zwakken voorstel ernstig af.
D66 (In 't Veld) steunt het wetsvoorstel, Duitse liberalen zwakken het voorstel echter af.

Hoe verloopt het wetgevend proces?

De Europese Commissie heeft haar voorstel gedaan in de zomer van 2013. Het Europees Parlement bespreekt dit momenteel. De bevoegde commissie economische zaken stemt naar verwachting volgende week of over twee weken over de wetgeving.

Daarna moeten ook de lidstaten tot een standpunt komen in de Raad van Ministers (de ministers van Financiën van alle 28 lidstaten). Na de verkiezingen zullen vervolgens onderhandelingen tussen de Raad van Ministers en het Europees Parlement plaatsvinden om tot een finaal akkoord te komen over de wetgeving.

Neem voor meer informatie of interviewverzoeken contact op met Lowie Kok, persvoorlichter GroenLinks Europa
Telefoon: +31 634 930 173
E-mail: lowie.kok@ep.europa.eu

Kijk voor extra informatie ook op het Mediacentrum van GroenLinks Europa.

Deel dit bericht

TwitterFacebook