Persbriefing: schone lucht in Europa

Luchtkwaliteit staat op dit moment hoog op de Europese agenda. Niet alleen vanwege het Volkswagenschandaal, maar ook omdat de nieuwe nationale emissieplafonds voor luchtverontreinigende stoffen worden herzien. De voorgestelde plafonds staan onder grote druk van lidstaten en de landbouwlobby. Aan de andere kant staan steden en gezondheids- en milieuorganisaties die juist hogere normen eisen.

De milieucommissie van het Europees Parlement nam in juli een ambitieus standpunt in over deze NEC's (National Emissions Ceilings). Woensdag debatteert en stemt het Europees Parlement hier pleinair over. Als het rapport wordt aangenomen, dan wijzigt het een voorstel van de Europese Commissie. Europese christendemocraten (EPP) en Europese Conservatieven (ECR) zijn tegen de ambitieuze lijn die de milieucommissie van het Europees Parlement heeft aangenomen. Grote vraag is nu of de sociaaldemocraten (S&D) en liberalen (ALDE) in staat zijn om hun fractie bij elkaar te houden, of dat er een last-minutecompromis gesmeed wordt, of dat de ambitieuze voorstellen in het rapport verloren gaan.

Na de stemming over het rapport, wordt er meteen gestemd of de onderhandelingen met de Europese ministers over dit voorstel mogen beginnen. Is dat het geval, dan zullen de onderhandelingen onder het Nederlandse voorzitterschap plaats gaan vinden.

De belangrijkste onderdelen die het rapport van de Milieucommissie zo ambitieus maken zijn op een rijtje:

  • Hogere emissieplafonds voor alle vervuilende stoffen vanwege de wisselwerking tussen lucht- en klimaatbeleid. Een overweging die in het voorstel van de Europese Commissie niet is meegenomen. Dankzij deze wisselwerking kunnen de doelstellingen echter tegen veel lagere kosten gehaald worden.
  • Bindende doelstelling voor methaan (CH4) voor 2030, bindende doelstelling voor ammoniak (NH3) voor 2025 en 2030. Beide liggen zwaar onder vuur van de landbouwlobby en lidstaten. Ammoniak is een van de vervuilende stoffen die voor de meeste sterfgevallen zorgt en is tot op heden volledig ongereguleerd.
  • Bindende doelstellingen voor zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) en fijnstof (PM2.5) voor 2025 en 2030. De bindende doelstellingen voor 2025 liggen onder vuur van de lidstaten. Zonder deze doelstellingen zijn lidstaten vrij om maatregelen uit te blijven stellen, zoals ook gebeurd is onder de huidige doestellingen voor 2020. De doelstellingen worden dan uiteindelijk niet gehaald, met de volksgezondheid als grootste verliezer. Met bindende doelstellingen voor 2025 kunnen tussentijdse gerechtelijke stappen ondernomen worden.
  • Kwik is toegevoegd aan de lijst met vervuilende stoffen waar een emissielimiet voor 2025 en 2030 ingesteld wordt. Kwik wordt onder andere in grote mate uitgestoten door kolencentrales. Deze centrales moeten aan normen voldoen, maar zolang er nieuwe kolencentrales bij blijven komen, stijgt ook de totale kwikuitstoot. Een bijkomstig nadeel van het zeer giftige kwik is dat het accumuleert in de voedselketen.

 

Luchtkwaliteit moet Europees geregeld worden

Lucht trekt zich niets aan van grenzen. Om te zorgen dat heel Europa schone lucht ademt en je niet het slachtoffer wordt van een buurland dat het wat minder nauw neemt met luchtvervuiling maakt Europa afspraken over welke normen acceptabel zijn. Schrikbarende sterftecijfers en hoge economische kosten door luchtvervuiling laten zien dat een serieuzere aanpak hoognodig is. Ook in het belang van Nederland, dat door haar ligging en hoge bevolkingsdichtheid zwaar getroffen wordt door luchtvervuiling.

Momenteel wordt de zogenaamde NEC-richtlijn (National Emission Ceilings) herzien. In deze herziening stelt de Europese Commissie nieuwe nationale emissieplafonds vast voor de uitstoot van stoffen die de lucht verontreinigen, zoals stikstofoxiden, ammoniak, zwaveldioxide en fijnstof. De EU-lidstaten zullen aan de slag moeten om in 2030 te voldoen aan de nieuwe normen van schone lucht.

De Europese Commissie is met een voorstel gekomen dat in 2030 het aantal jaarlijkse vroegtijdige sterfgevallen met 58.000 terugdringt, de 'kosten' hiervan schatten ze in op 3,4 miljard euro per jaar. Met dit beleid verschuiven de kosten van luchtvervuiling dus van de samenleving naar de vervuilers zelf. Dat is een stap in de goede richting, maar het resultaat blijft mager, vindt GroenLinks.

GroenLinks vindt dat de voorstellen van de Europese Commissie niet ver genoeg gaan. Wij zetten in op een aanpak die het aantal vroegtijdige sterfgevallen in 2030 halveert. Door de aanpak van luchtvervuiling te koppelen aan de strijd tegen klimaatverandering kan dat een stuk voordeliger. De EU moet op een pad gebracht worden dat uiteindelijk leidt tot een luchtkwaliteit die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als acceptabel wordt gezien. Het rapport dat de milieucommissie heeft aangenomen is niet zo ambitieus als wat GroenLinks zou willen, maar een stuk beter dan het voorstel van de Europese Commissie.

Het maatschappelijke prijskaartje van luchtvervuiling

De cijfers liegen er niet om. Luchtvervuiling is een onderschatte sluipmoordenaar. Onderzoek van de Europese Commissie wijst uit dat er jaarlijks meer dan 400.000 Europeanen prematuur overlijden ten gevolge van luchtvervuiling. Daarnaast leidt de slechte lucht tot een verhoogde kans op ziektes als astma, bronchitis en hartproblemen die de kwaliteit van het leven zwaar beïnvloeden. Slechte lucht zorgde in 2010 voor ongeveer 11.000 vroegtijdige Nederlandse sterftegevallen.

Het onderzoek somt de jaarlijkse directe economische schade op van luchtverontreiniging in de EU: 15 miljard euro aan verloren werkdagen, 4 miljard aan gezondheidszorg, 3 miljard aan lagere gewassenopbrengsten en 1 miljard voor schade aan gebouwen. De gezondheidsgerelateerde indirecte kosten voor de Europese economie liggen tussen de 330 en 940 miljard euro per jaar. Het onderzoek kijkt eveneens naar de kosten van luchtvervuiling in Nederland. In 2010 bleken de externe kosten tussen de 9 en 29 miljard euro per jaar te liggen. Daarnaast leidt onze verontreinigde lucht tot een verlies in economische productiviteit ter waarde van een miljard per jaar.

Lucht houdt zich niet aan grenzen

Luchtvervuiling verplaatst zich over lange afstanden en trekt zich niks aan van nationale grenzen. Het is daarom noodzakelijk om dit probleem op Europees niveau aan te pakken. Zo is bijvoorbeeld 63 procent van de luchtvervuiling in Nederland afkomstig uit het buitenland, dit komt mede doordat ons land in de zeer vervuilde driehoek Londen-Parijs-Ruhrgebied ligt. Echter, 83 procent van de vervuiling die in Nederland geproduceerd wordt, komt buiten onze landsgrenzen terecht.

Een gebrek aan Europese coördinatie leidt tot oneerlijke concurrentie tussen lidstaten, landen die lak hebben aan luchtkwaliteit hebben immers lagere productiekosten. De maatschappelijke kosten van gezondheidszorg worden gespreid over alle inwoners en zijn zo minder direct zichtbaar.

Steden en dichtbevolkte regio's staan te springen om striktere nationale verplichtingen. Meer dan 90 procent van de bevolking in Europese steden ademt gevaarlijk vervuilde lucht in, een groot gedeelte van deze vervuilde lucht wordt echter niet in die steden zelf uitgestoten.

Luchtkwaliteit in Nederland

We zijn in Nederland, net als de rest van Europa, nog ver verwijderd van de lucht die de Wereldgezondheidsorganisatie aanraadt. Gemiddeld genomen is onze luchtkwaliteit de afgelopen jaren verbeterd. Er zijn echter nog veel problematische gebieden in Nederland, voornamelijk rondom steden en bij wegen. Dit is goed te zien op de kaarten van Atlas Leefomgeving. Deze kaarten geven de verspreiding en concentratie weer op jaar basis voor fijnstof (pm10 en pm2.5) en stikstofdioxide. De hoogste concentraties fijnstof zijn te vinden in het zuidoosten van Nederland, dit komt doordat daar de meeste intensieve veehouderij plaats vindt.

De 'officiële' luchtkwaliteit in Nederland wordt bepaald door een aantal vaste meetpunten, de concentraties voor heel Nederland worden vervolgens doorberekend. Er is momenteel een interessante ontwikkeling gaande: met Palmes-buisjes (of zelfs apps op mobiele telefoons) kunnen goedkoop metingen uitgevoerd worden. Deze metingen laten zien dat de luchtvervuiling op specifieke plekken en momenten vaak stukken hoger is dan toegestaan (zie bijvoorbeeld de actie van Milieudefensie).

Onenigheid in Brussel

Veel lidstaten zijn het oneens met de Europese Commissie over de berekening van de emissieplafonds voor de verschillende vervuilende stoffen. Ze trekken de modellen die de Commissie gebruikt in twijfel en pleiten ervoor om eigen rekenmethoden te gebruiken. Op deze wijze proberen de lidstaten de reeds te lage plafonds verder af te zwakken. GroenLinks hecht grote waarde aan het gebruik van één rekenmethode voor de gehele EU, dit garandeert dat alle lidstaten vergelijkbare inspanningen leveren. Nationale luchtkwaliteitsnormen mogen niet bepaald worden door handjeklap.

Tegelijkertijd lobbyen regio's en steden juist om striktere nationale normen, dat is dus precies het tegenovergestelde van wat hun eigen nationale regeringen doen. Dit is te verklaren doordat steden en regio's te maken hebben met lokale luchtkwaliteitsnormen. Lokale en regionale overheden hebben echter problemen deze normen te halen doordat nationale overheden te weinig doen om achtergrondconcentraties terug te dringen.

Verder is er de lobby van de landbouwsector, die direct in gaat tegen de belangen van de steden en regio's.

Een eerlijke bijdrage van de landbouwsector

De herziende NEC-richtlijn moet onder andere nieuwe emissieplafonds voor ammoniak en methaan vaststellen. Deze stoffen zijn zeer schadelijk voor de gezondheid en blijven hangen in steden. Ze worden grotendeels (in het geval van ammoniak zelfs 95 procent) uitgestoten door de agrarische sector. De landbouwsector heeft tot nu toe amper actie te hoeven ondernemen om de luchtkwaliteit te beschermen.

De toevoeging van methaan en de doelstelling voor ammoniak stuit binnen het Europees Parlement op grote weerstand van conservatieve politici. Partijen lijken te zwichten voor de intensieve landbouwlobby. Door de landbouwsector te ontzien zullen industriële sectoren, die reeds relatief veel aan hun uitstoot hebben gedaan, verhoudingsgewijs nog meer inspanningen moeten gaan leveren. Er zijn echter kostenneutrale maatregelen die genomen kunnen worden om de agrarische uitstoot van schadelijke stoffen aanzienlijk terug te dringen, bijvoorbeeld door in te zetten op biogasinstallaties.

Nederlands voorzitterschap

De onderhandelingen tussen Europees Parlement en de Raad van ministers over de NEC-richtlijn zullen waarschijnlijk onder het Nederlands voorzitterschap vallen. Een unieke kans dus voor de Nederlandse regering om het Commissievoorstel aan te scherpen. De Nederlandse regering zal een spilfunctie vervullen tijdens de onderhandelingen, wat de mogelijkheid biedt om minder ambitieuze landen over de streep te trekken en om ervoor te zorgen dat de nieuwe Commissie het voorstel niet afzwakt. Eind vorig jaar leken gelekte stukken er immers op te wijzen dat Timmersmans het wetsvoorstel wilde terugtrekken.

Tijdlijn

  • 28 oktober: Plenaire stemming Europees Parlement over onderhandelingsmandaat NEC-richtlijn
  • 16 december: Naar verwachting zal de Europese Raad haar positie innemen
Neem voor meer informatie of interviewverzoeken contact op met Lowie Kok, persvoorlichter GroenLinks Europa
Telefoon: +31 634 930 173
E-mail: lowie.kok@ep.europa.eu

Kijk voor extra informatie ook op het Mediacentrum van GroenLinks Europa.

Deel dit bericht

TwitterFacebook